Doorgaan naar hoofdcontent

Voor mij een roze ‘L’ graag – Deel V: aMuse Rouge leert keren

Minder dan een maand geleden wist ik amper welke pedaal de koppeling, welke de rem en welke de gas was, en had ik mij nog nooit van m’n leven in het verkeer gewaagd achter het stuur van een auto.

Over minder dan een maand mag ik een blauwe ‘L’ kleven op de achterruit van een auto, in die auto stappen en ermee wegrijden naar eender waar. Maar niet voordat ik heb gevraagd of ze die ‘L’ niet in het roos hebben!

In minder dan een maand tijd heb ik heel veel geleerd, en dan vooral dat je heel veel dingen kan leren in minder dan een maand tijd…

Rijden, Rouge, rijden!

Ik ben een verborgen doorzettertje. Op het eerste gezicht lijk ik een flauw meisje dat van roos houdt en af en toe kijkt met een blik alsof ze op haar eenhoorn over de regenboog dartelt en onderweg de konijntjes begroet, maar dat is allemaal schijn. In werkelijkheid ben ik een Spartaan. Ik neem enkel genoegen met perfectie, waardoor ik steeds de laatste ben die tevreden is over eender wat ik doe.

Na een les die door m’n rij-instructeur werd omschreven als “een beetje chaotisch” en door mezelf als “belachelijk slecht en ronduit schandalig” was ik dan ook extra gemotiveerd om te bewijzen dat ik beter kan. Al moest dat vooral enkel aan mezelf worden bewezen. Uit een gesprekje met m’n rij-instructeur voor ik aan de les begon, bleek dat hij nog steeds vindt dat ik het goed doe. Ik begin vraagtekens te plaatsen bij zijn kortetermijngeheugen.

Deze keer gingen we echt leren keren in een straat. Keren in een straat is my bitch. I rock keren in een straat. Als er ooit moet worden gekeerd in een straat – het soort waarvoor geen borstel nodig is – en ik ben in de buurt, dan Soit, je begrijpt me wel. Mijn instructeur legde op voorhand uit wat ik moest doen. En ik deed het. Like a boss.

Naar links pinken – in 1ste zetten – spiegels kijken – koppeling beetje lossen – naar links sturen – stoppen voor de stoeprand (maar vlak ervoor al een draai naar rechts geven) – in achteruit zetten – spiegels kijken – koppeling beetje lossen – naar rechts sturen – stoppen als je recht genoeg staat om weg te kunnen (maar vlak ervoor al een draai naar links geven) – naar links pinken – in 1ste zetten – spiegels kijken – wegrijden

Daarnaast heb ik geleerd waar je best kan gaan staan om af te slaan als je uitkomt op een tweerichtingsstraat. Als je naar rechts moet, moet je schuin in de rechterhoek gaan staan. Moet je naar links, dan zie je het meest als je recht in het midden gaat staan. Logisch, maar je moet er maar opkomen!

Ik heb voor de eerste keer iemand ingehaald, omdat een vrachtwagen achter mij jojo zat te spelen. Ik heb voor de tweede keer iemand ingehaald, omdat een tractor voor mij slak zat te spelen. En ik heb een konijntje gered door hard op mijn rem te duwen. Er reed niemand achter mij (heb ik eerst gecheckt, ik ontwikkel reflexen, aha!) en ik hoop dat ik nooit zoiets meemaak als dat wel het geval is. Anders zullen de konijntjes op de regenboog boos zijn op mij.


Reacties

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Kalkoenstoofvlees met kriekbier

Dit maakte ik met kerst bij m’n mama, maar ik vergat het simpelweg te bloggen. Aangezien volgende week de Vasten beginnen (wat voor mij betekent: Dagen Zonder Vlees), krijg je het receptje nu nog van mij. Je hebt nog een week de tijd om dit te maken. Ren maar snel naar de winkel, want het is de moeite! Stoofvlees maak je meestal niet voor twee, hé. Dit recept is voor een hele pot, genoeg voor zes personen. Of voor meerdere dagen met minder personen. Wat heb je nodig (6 personen)? 1,2 kg kalkoenstoofvlees 6 rode uien 6 teentjes knoflook 3 el lichte cassonade ( Kinnekessuiker .) 6 el rode wijnazijn 4 el maïzena 2 x 25 cl kriekbier 500 ml kippenbouillon 3 sneetjes peperkoek Mosterd 3 takjes verse tijm 3 blaadjes verse of gedroogde laurier Stoofvleeskruiden Peper & zout Bakboter Wat moet je doen? 1. Smelt een klont bakboter in een stoofpot en bak er het kalkoenstoofvlees in aan. Zorg ervoor dat het vlees niet op elkaar ligt, anders stooft het in ...

Kerstrecept: Varkenshaasje met druivensaus

Koken in een andere keuken dan de mijne, ik doe dat niet zo graag. Je weet niets staan. Je kan je eigen vertrouwde gerief niet gebruiken. En het ergst van al: je moet koken op een vreemd vuur. Soms heb je echter geen keuze. Op kerstavond bij de familie van je lief bijvoorbeeld. Normaal ben ik zen in de keuken, maar het kerstmaal – nu ja, het kersthoofdgerecht – voor zeven man bereiden op een vreemd vuur, dat bezorgt mij toch een beetje zenuwen. Zeker als het zo’n vuur is zonder vuur, een inductiekookplaat. *insert evil music* Ik zie graag een vlam. Ik heb voeling met een vlam. Ik weet precies hoe groot mijn vlam moet zijn om witloof te stoven. Bijvoorbeeld. Wat ik echter niet weet, is welke nummer ik daarvoor moet kiezen. Het witloof dat mijn kerstgerecht vergezelde, was dan ook niet hoe ik het wilde hebben. Ik hou van stronkjes die intact blijven, mooi gekarameliseerd zijn en hier en daar een bruin kleurtje hebben. Zeker op kerstavond. Maar Merlot zegt dat ik moet stoppen ...

Gezond bananenbrood (Geen vetstof! Geen suiker! Geen bloem!)

Een cake zonder vetstof, zonder suiker, zonder bloem, zonder schuldgevoelens, maar o zo mmmmm! Ik belóóf het. Wat heb je nodig? 4 (over)rijpe bananen (Hoe rijper, hoe zoeter, hoe beter!) 75 g dadels 3 eieren 75 g havermout 75 g amandelpoeder 1 zakje (16 g) bakpoeder Zout Optioneel 50 g (gebroken) lijnzaad/chiazaadjes/hennepzaad 50 rozijntjes 100 g chocoladestukjes 100 g noten 2 zoete appels, in stukjes 1-2 el kaneelpoeder/speculaaskruiden 2 el rauw cacaopoeder … Wat moet je doen? 1. Verwarm de oven voor op 175°. 2. Doe de havermout in een blender en mix tot je havermeel krijgt. Doe dat in een mengkom. 3. Doe nu de dadels in je blender en mix tot zoete ‘puree’. Doe dan de bananen erbij en mix tot je een homogene plakkerige massa verkrijgt. Doe die bij de havermout. Voeg ook de eitjes, het amandelpoeder, bakpoeder en een snuifje zout toe en meng alles met een garde onder elkaar. 4. Dit is de basis en kan zo al de oven in. Maar je kan nu ...